Tijdrijders gezocht!

Deze column verscheen vorige week in de KW naar aanleiding van het PK tijdrijden.

Tijdrijders gezocht!

Het PK tijdrijden, dat dinsdag in Ruddervoorde plaats vond, legt ieder jaar een pijnlijk plekje van onze Vlaamse wielercultuur bloot. Amper vijtien eliterenners zonder contract hadden zich ingeschreven en dertien zouden uiteindelijk starten. Blijkbaar voelen heel weinig renners zich geroepen om zich eens te meten in iets wat ik een heel mooie discipline vind. Tijdrijden is zo veel meer dan alleen maar hard op de trappers duwen. Het gaat om gerichte training, materiaal, fietspositie en wedstrijdindeling, om te tijdrijden kun je geen ervaring genoeg opbouwen. Maar heel weinig voelen zich geroepen, net als het publiek dat meestal beperkt blijft tot de naaste entourage van de renner. Vanuit de organisatie maken ze het de EZC renners ook niet gemakkelijk. We zitten volop in de paasvakantie en toch wordt er voor gekozen om de elites en de beloften kort op de middag te laten starten, terwijl de nieuwelingen dan pas na 18u van start gaan. De werkmens moet verlof nemen en de jongeren die verlof hebben....moeten ’s avonds pas rijden.

Ik begrijp de renners. Waarom zou je investeren in een dure tijdritfiets? Naast het PK is er geen enkele wedstrijd meer. Vroeger hadden we nog de tijdrit in de tweedaagse van de Gaverstreek, maar die is er na veel gejammer van de ploegleiders over de bijkomende rompslomp, niet meer. Er bestaat wel een heel circuit van recreatieve tijdritten die zeer succesvol zijn, maar daar ben je als vergunninghouder, om een reden die ik maar niet snap, meestal niet welkom. Bovendien moet je voor een tijdrit heel specifiek trainen. Na zo’n typische blokkentraining kan het in een gewone koers wel eens dik tegenvallen. Dikke benen en een totaal gebrek aan explositiviteit zijn een typisch gevolg. Daarom is voor de meeste renners die geen kans maken op een medaille al snel de keuze gemaakt om het PK links te laten liggen en ’s anderendaags elders met goede benen te gaan koersen.

Dit is heel jammer. Zo zet deze cultuur zich door, ook tot bij de profs. Zo blijven wij verder hinken in onze kermiskoerscultuur terwijl ze in bv Azië al op amateurniveau met windtunneltesten bezig zijn. In de Tour of The North, een rittenwedstrijd, die ik drie keer reed in Noord-Ierland was een proloog en een kleine tijdrit. In de etappes domineerden we, maar in de tijdritten werden we weggeblazen. Bleek dat die mannen tijdens de zomermaanden wekelijks, vaak op weekavonden een tweetal tijdritten rijden.

In Noord-Ierland kunnen ze dat doen, want zij hoeven niet iedere week minstens twee wedstrijden te rijden. Als ze dan wedstrijd hebben, is het meestal een meerdaagse met altijd wel één of twee tijdritten in. Dat is de weg die wij moeten bewandelen willen we het tijdrijden in de lift krijgen. Een tijdrit moet veel meer geïntegreerd worden in een Belgische etappewedstrijd.