Wintergevolgen

Deze column verscheen op 21/03 in de Krant van West-Vlaanderen.

Normaal had ik het in deze column willen hebben over het grote niveauverschil tussen de renners en de harde omstandigheden waar de renners in de vroege voorjaarswedstrijden mee moeten kampen, maar deze plannen zijn als sneeuw voor de zon gesmolten.

Het peloton kermiscoureurs bij de beloften en elite zonder contract bestaat werkelijk uit een bont allegaartje. Enerzijds heb je een deel renners, vooral de jongeren, die al dan niet terecht dromen van een carriere bij de broodrenners en daar dan ook alles voor over hebben en anderzijds, meestal de ouderen, die vooral koersen voor hun plezier of om, indien het heel goed gaat, een kleine cent bij te verdienen. Er zijn dus de renners die enerzijds amper gaan werken en echt alles opofferen voor die profdroom en anderzijds studenten of werkmensen die hun trainingen na hun schooluren of na hun shiften, niet zelden in het donker moeten afwerken. Terwijl de eerste soort nog in “hotel mama” logeert heeft de tweede soort niet zelden zelf al een gezin om voor in te staan.

Na een normale winter is dit verschil in niveau meestal heel duidelijk. Daar waar de tweede soort vaak de trainingen door weers- of werkomstandigheden moet beperken, gaat de eerste soort zich meestal professioneel voorbereiden in Spanje. In voorjaarswedstrijden leidt dit vaak tot pijnlijke situaties. Voorjaarskoersen zijn extra hard. Niet alleen door de kou. Meestal staat er een strakke wind, die vrij spel krijgt door het gebrek aan beschutting door bladeren of gewassen. Tevens staan ook telkens een pak renners aan de start. In iedere West-Vlaamse koers gaat het wel ergens op de kant, waardoor op de smalle weggetjes al vaak na een paar ronden het kaf van het koren gescheiden is en niet zelden de helft van het peloton zich mag gaan douchen en alweer trainingsachterstand oploopt. Het duurt meestal tot wanneer de dagen lengen of tot de vakantieperiodes vooraleer het niveau van die tweede groep voldoende is om de strijd aan te gaan tegen die eerste groep.

Dit jaar hebben we dit beeld niet. De zachte winter en de goede voorjaarsomstandigheden zorgen duidelijk voor een nivellering in het peloton. Heel veel renners hebben al hun eerste koersen kunnen uitrijden. Zo doen ook de mindere renners de broodnodige wedstrijdkilometers op en verkleinen ze zo beetje bij beetje de kloof met de toppers. Als renners van die tweede soort verstandig omgesprongen zijn met die goede trainingsomstandigheden en nu nog niet over hun top zijn, zie ik deze zomer zeker enkele renners van de tweede rij op het voorplan treden.